Deel deze spotlight

Kunst in de interieurstijlgids.

TekstMarieke Pool
BeeldSaskia Boelsums

Een rubriek met ruimte voor kunst, het verhaal achter de kunst(enaar) en de ambitie van de kunst. Deze editie: Ray Zijlstra.

Ray Zijlstra VRIJDENKER, SPECIALIST IN LEDIGHEID, AMSTERDAMMER EN VOORAL ZICHZELF

Het vrij denken is Ray met de paplepel ingegoten. Wanneer hij als kind iets stouts deed, kreeg hij geen straf, maar een gesprek. ‘Vreselijk vond ik dat, ik wilde liever straf. Maar nu ik ouder ben apprecieer ik het heel erg. Mijn ouders hebben me geleerd met een open blik naar de wereld te kijken en me de vrijheid gegeven zaken met elkaar te verbinden. Dat heeft me gevormd en dat vormt me nog steeds.’

‘Ik werd al op jonge leeftijd wees. Mijn vader overleed toen ik tien jaar oud was en op mijn 14de overleed ook mijn moeder. Ik kon niet anders dan snel volwassen worden. Vlak na het overlijden van mijn vader verhuisden mijn moeder en ik naar Nederland. We woonden de eerste vier jaar in Weert en verhuisden vervolgens naar Eindhoven, waar ik na het overlijden van mijn moeder naar kostschool moest. Klinkt dat akelig? Nee, het was gewoon de realiteit. Mijn ouders hebben me meegegeven dat ik altijd dicht bij mezelf moest blijven. Het was bijna vanzelfsprekend om mijn best zou doen op school, om altijd over te gaan en om te gaan studeren. Dus dat deed ik.’

‘Het belangrijkste dat ik van huis uit heb meegekregen, is zelfvertrouwen. Dat zelfvertrouwen heeft mijn verdere leven bepaald. Ook als kunstenaar. Een blanco canvas is intimiderend, want wanneer je er iets op zet, verandert de werkelijkheid. Daar is vertrouwen voor nodig. En dat heb ik. Ook al weet ik op voorhand nooit wat eruit gaat komen, ik durf het gewoon aan.’

THUMBS UP

‘Toen ik 18 werd, vertrok ik naar Amsterdam om Algemene Taalwetenschappen te studeren. In mijn derde jaar tekende ik een zomercontract bij de KLM en werd ik steward. Met het geld dat ik verdiende, kon ik mijn vierde studiejaar betalen en een tweede studie -rechten- volgen. Dat vliegen was een uitstapje, ik kwam op plekken waar ik anders nooit zou komen. Dat klinkt nu misschien een beetje gek, maar ik heb het over 1989 hè? De Sovjet-Unie bestond toen nog en in India was nog geen supermarkt te bekennen. Ha, de enige cola die je daar kon krijgen was Thumbs Up, niet te zuipen. Op een dag zag ik door het raam in mijn hotelkamer een achter het hotel gelegen krottenwijk. Iets wat me aan het denken heeft gezet en heeft aangezet te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.’

EERLIJK DUURT HET LANGST

‘Toen ik 23 was, vroeg designer Edward van Vliet me of ik kon uitzoeken of ik een bepaald tafeltje in India zou kunnen laten maken. Ik vloog naar New Delhi en vroeg wat rond. Ja, gewoon op straat. Zo gaat dat. Of ging. Voor ik het wist liep ik in een wijk waar alleen houtbewerkers verbleven en lunchte ik met de directeur van een van de fabriekjes daar. We zijn zaken gaan doen en daardoor werd ik me steeds meer bewust van het systeem dat de westerse wereld erop nahoudt. De IKEA’s van deze wereld hebben enorm veel invloed op de economische situatie in dit soort dorpen. Daar wilde ik iets mee. We zijn de plaatselijke bevolking gaan helpen trends te herkennen, hebben moodboards voor ze gemaakt en hebben ze gedurende hun ontwerpprocessen begeleidt, tot aan de presentatie op beurzen aan toe. Zo hielpen we ze de afhankelijkheid van opdrachten uit het westen van zich af te werpen.’

NET ZO GEK ALS ZIJ

‘Ik ben altijd creatief geweest. Het was de bedoeling om danser te worden, maar door het overlijden van mijn ouders koos ik voor een plek in het academisch systeem. Ik vond dat ik een vak moest leren. En toch omringde ik me altijd met kunstenaars. Vrienden die me non-stop aan mijn verstand wilden brengen dat ik een van hen was. Maar ik vond op mijn beurt dat ik lang niet zo gek was al zij. Eyeopener: dat ben ik dus wel. Op aanraden van deze vrienden ging ik niét naar de kunstacademie. Volgens hen zat je vijf jaar op de academie en deed je er vervolgens nóg vijf jaar over om je eigen signatuur weer terug te vinden. Ik volgde het advies op en ben bij kunstenaars in de leer gegaan tot het moment dat deze mentoren mij niets meer konden leren. De beste kunstopleiding die ik kon krijgen

AMSTERDAM

‘Ik woon nog steeds in Amsterdam. Het is altijd een spannende stad geweest. Dat was in de jaren ’80 al zo. Toen was Amsterdam zo goed als bankroet, veel woningen moesten worden gestut om te voorkomen dat de gevels het zouden begeven en er heerste een krakersmentaliteit. Dit was zo spannend voor een achttienjarige. En Amsterdam is nog steeds spannend. Toch ben ik drie jaar geleden een paar maanden in Den Haag gaan wonen. Ik was in de veronderstelling dat ik Amsterdam zat was. Dat ging twee weken goed, maar in de weken daarna begon ik me te irriteren. Waaraan werd pas duidelijk toen ik naar Amsterdam terugkeerde. Ik miste het typisch Amsterdamse geklaag en de bemoeienis. En ik miste de plek waar je jezelf kunt zijn, waar je niet fake hoeft te zijn om ertoe te doen.’

NEDERIGHEID

‘Wat kunst voor mij inhoudt? Totale leegheid die gevuld wordt door ingeving en kijken. Kunst is poëzie, maar ook een preken. Mijn werk gaat altijd over de mens en de mensheid. Ik heb de regel dat ik zo min mogelijk inhoudelijk over mijn werk praat. Hierin word ik gesterkt door een theorie vanuit het Dadaïsme: het is niet aan mij als maker om in het creatief proces van de kijker te treden. En hier doet men soms best moeilijk over. Ik kreeg ooit te horen dat ik geen positie in zou nemen. Nou, echt wel! Ik maak best heftige kunst, maar ik erken tegelijkertijd mijn nederigheid als mens naar mijn medemens.’

ZINTUIGEN

‘Zintuigen zijn alles. Alles. Alles! Het leven is continu waarnemen, voelen wat er gaande is. En dan heb ik het niet alleen over fysiek voelen, maar over voelen op alle niveaus. Jaren geleden kreeg ik een zijden kapmantel van een kunstenares op leeftijd. Ze wilde het ding zelf niet meer hebben, maar kon hem ook niet weggooien. Zo’n mantel haal ik dan uit elkaar om te bestuderen. Dit proces is voor mij al werk. Het geeft me informatie. Over de stof, over het garen en over de manier van bewerken. En dan komen we weer bij zelfvertrouwen. Ik start vervolgens met vertrouwen een nieuw project et voilà: dan heb je een werk. Het is als het leven: je weet niet waarheen het leidt, je doet gewoon je best en daarmee creëer je. Het zal je niet verbazen dat ik groot bewonderaar ben van Joseph Beuys. Niet in de minste plaats omdat deze bekende kunstenaar ooit stelde dat iederéén een kunstenaar is.

Gepubliceerd op4 maart 2021 om 0:00
Adres
H.P. Berlageweg 8
1703DG Heerhugowaard
Contact
Bo van der Meij